De bever

2012


redactie - Tineke Vink - Liefkens


Als ik na het hoog water van januari op de dijk kom, zie ik meteen dat een jonge populier er heel onhandig bij hangt.

De boom is ongeveer drie meter boven de grond geknakt en hangt met z’n kruin naar beneden.

Dit is heel duidelijk het werk van een bever. Toen het water hoog was, heeft hij vanaf de waterspiegel de boomstam in een puntvorm doormidden geknaagd.

Ook de vele afgeknaagde boomsnippers in het gras van de dijk bewijzen dat hier een bever aan het werk geweest is.

 

 

Enkelen van ons van “d’n Kraaienhoek” wisten vorig jaar al dat er een bever in Dreumel was. Vorig jaar april maakte ik deze foto op de uiterwaarden. Hier was de bever druk bezig geweest de boom te vellen.

Navraag gedaan bij de jongens van het Waterschap en zij vertelden mij dat het waarschijnlijk een mannetje is. Hij is teveel geweest in een groep bevers die hogerop langs de Waal in de uiterwaarden leven. Dan gaat hij op zoek naar zijn eigen territorium.

Een bewoner van “d’n Kraaienhoek” vertelt dat de bever inmiddels al tien boompjes heeft omgeknaagd.

De bever is ook gezien, maar het is lastig want hij komt pas bij het invallen van de schemer tevoorschijn.

 

 

Kenmerken.

De Latijnse naam is Castor Fiber. De bever is het grootste knaagdier van Europa.

Hij is 80-90 cm groot. Hij weegt rond de 20 kilo. Zijn vacht bestaat uit een dicht bijeengeplante wollen ondervacht met bruinzwarte lange sterke dekharen.

Zijn staart is peddelvormig plat, onbehaard en 36 cm. lang. Deze gebruikt hij om bij te sturen tijdens het zwemmen. Ook slaat hij ermee op het water om familieleden te waarschuwen in geval van nood. Zijn bovensnijtanden zijn oranje. Die gebruikt hij als gereedschap om de boom door te knagen.

 
Zijn vijfvingerige handjes met lange nagels gebruikt hij als grijporgaan. De achterpoten hebben zwemvliezen tussen de tenen. Als hij duikt worden zijn kleine ogen, oren en mond afgesloten. Zes minuten kan hij makkelijk onder water blijven.
 

Zijn voedsel bestaat uit waterplanten, kruiden en boomschors van wilg en populier.

De bever wordt rond de acht jaar oud. Maar kan wel twintig jaar worden. Veel vijanden heeft de bever niet. Verhongering en slachtoffer worden van het verkeer zijn de voornaamste doodsoorzaken.

 

Leefgebied
Ik heb eens horen vertellen dat in het begin van de jaartelling de bever een belangrijke vormgever is geweest van rivierbeddingen en grondlegger van grote steden. De bever komt via de rivier ergens aan wal. Hij knaagt bomen om. De menselijke aardbewoner komt in zijn holle boomstam voorbij de gekapte plek gevaren en denkt “Hé daar is een open plaats, kan ik mooi mijn hut bouwen.”  Na verloop van tijd komen er via de rivier nog meer bewoners bij. En voor je het weet is er een dorp.

Zodoende dat door grote steden meestal een rivier stroomt. Door Maastricht stroomt de Maas. Nijmegen ligt aan de Waal. En Parijs wordt doorkruist door de Seine. De bever houdt van een leefgebied met stromend en stilstaand water.

 

Het is een harde werker. Hij staat op z’n achterpoten met de staart als ondersteuning tegen de boom. Die wordt in zandlopervorm rondom afgeknaagd en wordt samen met stenen en klei gebruikt om een dam en burcht mee te bouwen. Tegen de schemer komt hij in actie en is vooral ’s nachts actief.

 

 

Uitbreiding
Het zijn sociale dieren die leven en werken in een kolonie die bestaat uit vijf à zes bevers: een volwassen paar met jongen van de laatste twee worpen.

Maar eerst moet de beverburcht gebouwd worden. Zonder bouwtekening, gereedschap of cement wordt een groot hol gemaakt van takken. Stenen houden de takken op z’n plaats. De ingang is onder water. Van daaruit loopt een doorgang schuin omhoog naar het nest. De vloer van het nest ligt hoger dan het wateroppervlak en is dus droog. De kamer wordt afgesmeerd met modder en is wind- en waterdicht. Boven in de woonkamer zit het ventilatiegat naar buiten.

 

Als papa en mama bever elkaar leuk vinden blijven ze voor altijd bij elkaar. De bronsttijd is in het vroege koude voorjaar. De paring is in het water, gezellig met de buikjes tegen elkaar. Na 105 dagen draagtijd komen twee tot vier jongen in de burcht ter wereld. De bruine dotjes zijn dichtbehaard en hebben hun ogen open. Ze mogen zes weken melk drinken bij mama.

De eerste uitstapjes worden gemaakt onder toezicht van de bezorgde ouders. Zij helpen de jongen door ze voort te duwen en als het te moeilijk wordt mogen ze op de brede staart meeliften. Of ze worden in de poten van papa of mama over de hindernis gedragen.

Na ongeveer twee jaar zijn kleine kinderen groot geworden en gaan ze op zichzelf wonen. Ze verlaten de familie en gaan een eigen territorium zoeken.   

 

Tot slot
De bever was bijna uitgeroeid door verdwijning van ooibossen, watervervuiling en jacht op zijn mooie pels. Ook produceert hij in zijn klieren een stof (muskus) die een kalmerende werking zou hebben. 

Maar als hij al in Dreumel gearriveerd is zal het wel weer goed komen met de bever.

 

Groetjes Tineke Vink-Liefkens