|
Herinneringen van Piet de Wild |
|||||
|
‘Ik ben zo bang als Maas en Waal hoog zijn' |
|||||
|
Piet de Wild (93) uit Dreumel maakte watersnood van 1926 mee |
|||||
|
DREUMEL – Hij is nu even oud als de eeuw, Piet de Wild uit Dreumel. Maar vergeten is hij niets, en zeker in dit soort dagen komen de herinneringen terug alsof de gebeurtenissen zich gisteren afspeelden. De Maas staat hoog, in Limburg zijn gisteren tientallen mensen geëvacueerd uit hun met water gevulde huizen en het land van Maas en Waal maakt zich op voor het hoogste waterpeil sinds die ene grote ramp, de watersnood van 1926. Piet de Wild slaapt er niet best meer van. “Ik ben zo bang als de Maas en de Waal hoog zijn.” In de loop van zaterdag moet het hoge water het bedijkte deel van de Maas bereiken, zo luiden de laatste berichten. De mensen van het polderdistrict zijn alert: in geval van nood liggen de zandzakken klaar. Maar zo’n vaart zal het wel niet lopen, denken ze bij de ‘polder’. |
|
||||
|
Piet de Wild |
|||||
|
Toch vertrouwt Piet de Wild het
niet. Zeker omdat hij inmiddels zijn stek heeft aan de Venusweg en dus in
het diepste deel van het land van Maas en Waal verblijft. En daarvan is hij
zich maar al te zeer bewust: “In 1926 stond het water hier, op deze
plaats, drie of vier meter hoog. D’r woonde hier toen nog niemand, dat is
pas na de ruilverkaveling gekomen. Maar nou zit het hier vol met koeien.” |
|||||
|
|
|||||
|
|||||
|
Rot Hoofdschuddend tikt hij op de opgevouwen De Gelderlander op tafel. “En dan lees je dat zo’n gemeente West Maas en Waal niks doet. Snap je dat nou? Maar het zijn allemaal van die jonkies, die weten van niks.” En toch: het polderdistrict houdt ook de kwelplaatsen scherp in de gaten. “Ja, met de handen in de tès, zeker”, zegt Piet. “Ze moeten wat dóen.” |
|||||
|
Spotten |
|||||
|
Stro |
|||||
|
|||||
|
Het manvolk, herinnert de 93-jarige zich, mocht het dorp niet uit, maar sommige vrouwen werden naar Den Bosch gebracht. Het gezin de Wild moest het eigen huis verlaten: dat lag immers honderd meter van de dijk vandaan en zou dus door het water bereikt worden. De familie trok in bij de buren, wier woning tegen de dijk aan lag. De kelders liepen weliswaar vol, maar in de kamers erboven had niemand iets te vrezen. “We hadden een zeug die op het punt van biggen stond, die is toen door een boer uit Rossum opgehaald. Daar heeft ze gebigd. De opbrengst hebben we gedeeld. Later is die zeug van Rossum af naar huis komen lopen, met die boer op z’n fiets d’r achteraan. En dan zeggen ze nog dat varkens stom zijn”, verhaalt Piet de Wild. Tweede keer Maar nou ben ik bang voor een tweede keer. Ik heb veel zorg. Dat ik naar bed ga en dan de volgende morgen niet meer wakker word.”
|
|||||
|
|
|||||
|
|
|||||