|
Verslagen |
|
|
Verslag watersnoodramp 1925-1926 door pastoor Karsmakers |
|
|
Vreselijke watersnood: Op oudjaarsdag 1925 omstreeks half 12 bracht onze
burgemeester, de heer van Erp, onshet droevig bericht dat volgens een niet
officieel doch zeker bericht dat de dijk in Overasselt was doorgebroken. Door de burgemeester worden maatregelen getroffen om de ramp voor ons dorp zoveel mogelijk te beperken. Een dertigtal vaartuigen worden aanstonds gerekwireerd om ogenblikkelijk hulp te kunnen bieden.
De bewoners worden gewaarschuwd om alles zoveel mogelijk in veiligheid te
brengen, want ontzaglijk veel water werd verwacht. De ingenieurs van de Waterstaat konden op geen meters bepalen hoe hoog het water stijgen zou, zo vertelde ons de heer Kronenberg. lid der Gedeputeerde Staten. Donderdag 31 december en 1 januari 1926 waren dagen van angstige spanning van sjouwen en tobben; huisraad, voedsel en kleding waren op zolders geborgen (en schuren). Het vee werd grotendeels |
|
|
Pastoor Piet Karsmakers |
|
|
ondergebracht in hooggelegen boerderijen. De mensen waren in die twee dagen totaal afgetobd. Het was voor hen een opluchting toen de vijand op zaterdag 2 januari kalm en rustig - alsof wij niets van hem te vrezen hadden - ons vreedzaam dorp binnensputterde; doch niemand - ook zij niet - die de watersnood van 1865 hadden meegemaakt – kon vermoeden dat de watervloed zo hoog zou stijgen en zulke vreselijke ellende zou veroorzaken. |
|
|
Het water steeg en bleef stijgen bij dag en bij nacht van 3 tot 4 meter. Op
de weg naar Alphen stond het water ongeveer 6 meter. In de pastorie stond
1,33 meter water; in de kerk juist tot aan de kleine altaren. Toen het water
bij de koster tegenover de kerk het bovenlicht van de voordeur bereikte, begon het ook de kerk binnen te stromen. De onderste pannen van de kosterswoning stonden onder het water en de kruizen van het kerkhof zijn over het hoge hek van het kerkhof heen gespoeld en werden op grote afstand teruggevonden. Het priesterkoor en de beide sacristieën zijn geheel vrij gebleven, zodat de pastoor bijna dagelijks de H. Mis kon lezen. Drie- tot viermaal was hij verhinderd door de geweldige storm, waardoor hij met zijn roeiboot de kerk niet kon bereiken. Kapelaan Spolders, die zich in die dagen verdienstelijk heeft gemaakt, verbleef gewoonlijk in een woning aan de dijk om bij plotselinge ziektegevallen aanwezig te kunnen zijn. |
|
|
|
|
|
Rooijsestraat: een paard wordt naar de Waaldijk gebracht. |
|
|
|
|
|
Op zondag 3 en maandag 4 januari moest het vee uit de hooggelegen
boerderijen naar de hoge Waaldijk in veiligheid worden gebracht. Vanuit de
warme stallen moesten de beesten plots in het kille water achter de boten
komen aanzwemmen om bibberend van koude op de hoge Waaldijk aan regenstormen
te worden blootgesteld. De ellende onder mensen en vee was op die dag niet te beschrijven. De honden die losliepen werden tussen mensen en vee werden doodgeschoten, daar zij wegens de honger de kalveren aanvielen. Nog treuriger werd de toestand op het feest van Driekoningen. Van voren besprongen door de Maas werden wij van achter bedreigd door de Waal, die onrustbarend was gestegen en nog ongeveer 2 meter hoger stond dan de Maas. Opgezweept door de geweldige storm die voortdurend aanhield, bereikten de golven de Waaldijk die op zijn grondwater stond te schudden en te beven. Gehele stukken dijk werden afgerukt. |
|
|
|
|
|
Waaldijk bij afrit naar de Houtstraat: noodstalling voor het vee |
|
|
Op het tijdstip dat wij meenden, dat het grootste gevaar geweken was,
ontving onze burgemeester de schokkende tijding van kapitein Werner: "De
Waaldijk staat zeer gevaarlijk; geheel het dorp ontruimen”. Toen had de grote droeve uittocht plaats: allen vluchtten naar de dijk. De vluchtelingen moesten worden ondergebracht. Eer en hulde aan het R. K. Huisvestingscomité uit Den Bosch met zijn wakkere directeur Jos Machelenberg en het comité uit Tiel. Vanuit Den Bosch stonden ongeveer 40 auto's gereed om onze vluchtelingen af te halen. Op één dag zijn er ongeveer 2200 mijner parochianen in den vreemde gastvrijheid gaan zoeken. |
|
|
Vooral Noord-Brabant heeft op schitterende wijze zijn menslievendheid getoond door maandenlang onze mensen met de grootste liefde te huisvesten, te voeden en te kleden. Ook duizenden stuks vee werden daar al die tijd gestald en gevoed zonder enige vergoeding. Nooit zullen de vluchtelingen van Dreumel die goede gastvrije mensen van Brabant vergeten. |
|
![]() |
|
|
Rooijsestraat: R.K. Kerk, pastorie en kerkhof. In zijn
verslag over de watersnood schreef pastoor Piet Karsmakers dat het water in de kerk tot aan de kleine altaren stond. In die dagen roeide de pastoor elke dag naar het hoofdaltaar om de H. Mis te lezen! |
|
|
Ook de pastorie - waar ongeveer 30 personen waren gehuisvest - moest op
hoger bevel ontruimd worden; de gelden der kerk, boeken en bescheiden werden
per boot overgebracht naar de pastorie van Wamel. Een nacht heeft de pastoor
doorgebracht aan de dijk bij Lambertus Kusters waar hij met de grootste
liefde werd opgenomen. Doch de andere dag ‘s morgens is hij weer naar de pastorie teruggekeerd met zijn trouwe knecht en meid. Op aandringen van mijn kapelaan is het Allerheiligste door hem naar Tiel gebracht . |
|
|
Het meest schokkende en droevige toneel was toen de zieken (ongeveer 80 uit
geheel Dreumel in het gasthuis bijeengebracht) het ziekenhuis op hoger bevel
moesten verlaten. Geheel de lange nacht hadden zij, gekleed voor de vlucht
op gezeten en voortdurend gebeden dat zij dit gastvrije huis niet zouden
moeten verlaten en toen na die lange, lange nacht de morgen aanbrak waren
zij vol zoete hoop dat het gevaar, het grootste gevaar geweken was, doch helaas! Plotseling werd hun hoop de bodem ingeslagen. Soldaten brachten het bevel. |
|
|
Bron: Parochie Memoriale |
|
|
|
|
|
|
|